Opeens is het jaar voorbij. Bij de start ervan had ik het goede voornemen om aan het begin van elke maand op deze plek terug te kijken en te reflecteren op de maand daarvoor. Dat heb ik volgehouden tot en met september. En nu is er dus een nieuw jaar begonnen. Wat ging er mis?
Het is niet dat ik er niet aan heb gedacht. Alleen gebeurde dat op de verkeerde momenten. En dat geldt niet alleen voor het schrijven van een triviaal stukje. Ook zaken van meer belang vergat ik juist wanneer de noodzaak groot was. De achterdeur ’s nachts op slot doen. Mijn laptop van thuis naar mijn werk nemen. Of andersom. Waar ik mijn fiets ook weer had neergezet. De krant niet meer kunnen lezen, omdat ik aan het einde van een zin het begin alweer was vergeten. Om diezelfde reden geen gesprek meer kunnen volgen. Niet op namen kunnen komen, ook niet van goede bekenden. Op zoek gaan in een kast naar een voorwerp dat zich daarin toch zou moeten bevinden, maar het niet kunnen vinden omdat ik het er twee minuten eerder al heb uitgehaald en hieraan geen herinnering heb.
Zorgwekkende
gebeurtenissen, die ook almaar erger werden. Ontwikkelingen die mij er gaandeweg
ook van bewust maakten dat er iets heel erg mis met mij was. Ik wist zeker dat
ik aan het dementeren was. Dat werd nog eens bevestigd door de ervaringen die
ik had en heb met dementiepatiënten en waarin ik veel herkende. In mijn hoofd was
ik al gedetailleerd bezig met het organiseren van de euthanasie.
De Ware zag ook dat er gekke dingen gebeurden, maar vond dat ik het groter maakte dan het was en zette mij vrij dwingend voor de keuze. Stoppen met klagen of naar een dokter. Na maanden koos ik voor het laatste. Op mijn aandringen verwees de huisarts verwees mij door naar de neuroloog. Daar deed ik eerst wat testjes bij een verpleegkundige (welke datum is het vandaag, in welke plaats zijn we nu, teken een klok) en werd toen binnengeroepen bij de neuroloog, een (erg) jonge en joviale vent om de resultaten te bespreken. Ik was nog maar net aangeschoven of hij verklaarde: ‘Hier is geen sprake van dementie’. Door deze mededeling blokkeerde ik volledig. Deze diagnose was natuurlijk veel te voorbarig. We hadden nog amper een woord gewisseld en de dokter was net twaalf jaar. Er moest ten minste nog een MRI en een ruggenprik volgen, wist ik.
‘Je gelooft
me niet, he?’ zei de jonge dokter. ‘Ik geloof je wel’, bracht ik uit. ‘Maar er
is echt wel iets aan de hand’. Dokter knikte begrijpend: ‘Dat ontken ik ook
niet. Het is alleen geen dementie.’
Hij liet
mij op zijn beeldscherm een beschrijving lezen van een
neurologische aandoening en vroeg of ik dit herkende. Toen moest ik huilen,
omdat het artikel precies weergaf wat mij mankeerde. Goede nieuws was dat het niet ging
om hersenschade, maar het gevolg kon zijn van (een combinatie van)
verschillende factoren: trauma of ongeluk, slechte energiebalans, stress,
overprikkeling of iets anders. Minder goede nieuws: het precies vaststellen van
die oorzaak is lastig en dat geldt daarom ook voor een behandeling. De
empathische dokter adviseerde mij een ergotherapeut en daar ben ik heen gegaan
en met die therapie gestart.
De
klachten zijn inmiddels wat verminderd maar nog zeker niet verdwenen. Misschien
gebeurt dat wel nooit. Dat zal ik dan moeten leren accepteren. Zo aan het begin
van het nieuwe jaar neem ik me wel voor om hier nog regelmatig mijn belevenissen
te noteren en erop te reflecteren. Maar het kan dus zijn dat ik dat weleens
vergeet.
Dus dan weet
u dat.
