zaterdag 14 maart 2026

Restaurantreview XL

Wat hieronder volgt is zo zakelijk en objectief mogelijk weergegeven en alles in dit verhaal is waar gebeurd. Dat is jammer, want als het verzonnen was had iemand op enig moment kunnen ingrijpen en de plot een beetje kunnen bijsturen.

Met een paar lieve vrienden eten De Ware en ik met enige regelmaat buiten de deur. Altijd op woensdag. En altijd goedkoop. Een van onze regelmatige succesadressen bleek op deze woensdagavond gesloten. We zochten het voordeel daarom in het SocialDeal-aanbod en vonden dat bij eetcafé B. op het plaatselijke P.Plein: een driegangenkeuzemenu voor 25 euro (exclusief drank, maar dat voelt als een detail). In eetcafé B. kwam ik zo’n 40 jaar geleden sporadisch, maar het scheen nog altijd een studententrekpleister, dus het leek me een avontuurlijke keuze.

Het was prachtig terrasweer, maar we gingen binnen zitten omdat de avondkou het soort kou was waarbij je na tien minuten denkt: waarom doe ik dit mezelf aan? Binnen was het rustig. Sterker nog: wij waren de enige eters. Dat gaf ons een licht gevoel van exclusiviteit, alsof we een restaurant privé hadden afgehuurd zonder dat iemand ons dat had verteld.

Een jonge ober kwam aan onze tafel en ratelde in recordtempo de gerechten van de avond op. Ik hoorde iets met vlees, iets met vis en iets vegetarisch, maar het ging zo snel dat het ook de weersverwachting had kunnen zijn. We kregen daarna een onpraktisch groot papieren menu en besloten alle gangen meteen te bestellen.

Het voorgerecht kwam snel en was prima. Niet memorabel, maar ook niet zorgwekkend. We hadden uitzicht op de bar. Daar zaten drie vrouwen en een man. De man vertrok. Kort daarna viel een van de vrouwen van haar barkruk. Niet een kleine glijpartij, maar een echte val, met een stevige klap op de stenen vloer. Ze bleef liggen en had duidelijk pijn aan haar arm. Wij  sprongen half op van onze stoelen, zoals mensen doen die niet precies weten of ze moeten helpen of vooral niet in de weg moeten staan. Gelukkig leken de andere vrouwen en de ober meteen in een soort actiemodus te schieten, maar er gebeurde daarna opvallend weinig.
Het leek ons een klassiek moment voor 112, maar het slachtoffer wilde dat niet. ‘Een ambulance kost ook wel veel geld’, zei de ober bedachtzaam, alsof hij een hypotheekadvies gaf. Een van de vrouwen besloot haar vader te bellen - de man die eerder vertrokken was. ‘Pap, kun je terugkomen? Mam is gevallen en ze heeft misschien iets gebroken.’ De vader arriveerde opmerkelijk snel, maar ik heb nog nooit iemand gezien die zo weinig empathie uitstraalde voor een gevallen echtgenote. Hij bekeek de situatie met de blik van iemand die net ontdekt dat de printer weer papierstoringen heeft. 

Na enige tijd werd er toch een ambulance besteld. Tegen die tijd wachtten wij al geruime tijd op ons hoofdgerecht. Maar goed, we hadden tenminste iets om naar te kijken. Toen kwam er een serveerster melden dat het vegetarische gerecht niet kon worden gemaakt wegens gebrek aan het belangrijkste ingrediënt: paddenstoelen. Dit was interessant nieuws, vooral omdat we dat gerecht al een tijd geleden hadden besteld. Dan maar gekozen voor het visgerecht. Even vroegen we ons af of de kok misschien pas op dat moment was begonnen met koken. Wij waren immers nog steeds de enige eters. Gelukkig kwam het hoofdgerecht daarna vrij snel.
Onze drankjes waren inmiddels al lang op, dus we bestelden meteen een nieuwe ronde.
De vis was prima, maar de andere gerechten waren koud. Niet lauw. Gewoon koud. Zoals eten dat denkt: ik ben er klaar mee.

Ik wilde daar iets van zeggen, maar precies op dat moment kwam het driekoppig ambulanceteam binnen. Ze gingen naast het slachtoffer zitten, exact in het looppad van de bediening, waardoor dienbladen vol drankjes zich een weg moesten banen langs een kleine medische interventie. Het was daardoor onmogelijk iemand van het personeel te bereiken.
We begonnen dan maar te eten. Heel langzaam. In de hoop dat de drankjes zouden arriveren voordat we het laatste stukje hadden doorgeslikt. Ze kwamen niet, dus liep ik naar de bar. Daar stond iemand dienbladen te vullen voor het terras. Onze drankjes? Geen idee. Ze zou het navragen. Ik meldde ook dat het eten koud was geweest, wat ze met een professionele (lees: emotieloze) blik aanhoorde.

Even later stond de snelle ober ineens bij onze tafel. Normaal hield hij alleszelf  goed in de gaten, zei hij, maar door alles wat er gebeurde was het koude eten hem ontgaan. Of wij het goed vonden dat hij een paar drankjes van de rekening haalde. Wij vonden dat goed. Hij was zichtbaar opgelucht. Het volgende moment trok hij een enorm diascherm naar beneden, pal naast onze tafel. En vertrok.

Onze drankjes kwamen nog steeds niet. Onze lege borden bleven staan. Van de desserts was nog geen spoor. Intussen liep het café langzaam vol. Er kwamen groepjes binnen die allemaal langs de plek moesten waar de vrouw nog lag te wachten op transport. Gelukkig werd zij uiteindelijk afgevoerd in de ambulance, wat ook logistiek gezien prettig was. Na nog wat manend zwaaien kregen we uiteindelijk onze drankjes van weer iemand anders. Nu was het weer wachten op het nagerecht, maar vervelen bleek opnieuw niet nodig want intussen was er iemand op de bar geklommen om een beamer te installeren die op het scherm naast ons voortdurend een foutmelding projecteerde.

Intussen liep de zaak helemaal vol. De snelle ober was nu druk met kabels en instellingen, maar we het lukte nog net om hem hierover even aan te spreken. Er bleek een pubquiz te gaan plaatsvinden. Die zou vanavond eigenlijk plaatsvinden in het naastgelegen café maar, zo zei hij, ‘die hebben vandaag ook hun dag niet.’ De quizmaster legde intussen op megafoonsterkte de regels uit.

Precies op dat moment kwam een medewerkster aan onze tafel en vroeg glimlachend: ‘Is alles naar wens?’ Het was een interessante vraag. We gaven haar een korte samenvatting van de avond. De glimlach verdween. Het was inderdaad wel een beetje hectisch, vertelde ze, met het volle terras en de pubquiz. Ik vroeg of het verplaatsen van die quiz pas vandaag was bedacht.
Dat was niet het geval. Dat wisten ze al drie dagen. ‘Dat is bijzonder, zei ik. ‘Wij hebben pas deze ochtend gereserveerd. Als je weet dat het café dan ‘s avonds volloopt met pubquizteams,
is het misschien aardig om dat even te melden.’ Ze keek me kort aan en zei: ‘We zullen het meenemen voor de volgende keer.’ Ik riep haar nog na dat die volgende keer er wat ons betreft
niet zou komen, maar ze was alweer druk met glimlachen naar de quizteams.

De quiz begon. De nagerechten niet. We hadden het eten vooraf betaald. Alleen de drankjes stonden nog open. Er zouden er ook een paar van de rekening worden gehaald, alleen was niet helemaal duidelijk hoeveel. We maakten snel een rekensom. Toen trokken we opzichtig onze jassen aan en liepen naar de deur. Daar bleven we nog even staan in de hoop dat iemand van het personeel ons zou zien. Niemand zag ons. Behalve een quizteam dat het hele laatste half uur
onze tafel nauwlettend had gevolgd.’Ooh, ze gaan gewoon weg.’ fluisterde iemand opgewonden. ‘Ze gaan écht weg!’

En dat deden we.