vrijdag 19 juni 2015

Getrouwd

't Wordt een feestelijke zomer. In korte tijd vielen er bij De Ware en mij maar liefst drie uitnodigingen voor een huwelijksfeest op de mat. Drie stuks! En hoe trendy wij dan misschien ook zijn mogen: drie bruiloften in één zomer (van een jaar waarin het aantal huwelijken sowieso fors is teruggelopen), dat is werkelijk een ongekend aantal voor mensen van onze generatie.

Natuurlijk: als gevolg van onze altoos jeugdige uitstraling hebben wij inderdaad ook een behoorlijk jonge vriendenkring op wiens feestjes wij graag geziene gasten zijn. En bovendien hebben wij als rolmodellen, voorvechters en lansbrekers van de gelijke behandeling in het huwelijk een vaste plaats op de gastenlijst van menig homohuwelijk.
Zijn het dan alleen homo’s die nog trouwen? Nee, hoor. We ontvingen ook een uitnodiging voor een oldschool heterohuwelijk. Oldschool? Een bruiloft van drie dagen, gedurende welke periode alle gasten verblijven in een luxe en exclusieve gîte met adembenemend uitzicht, diep in de Belgische Ardennen. Alleen al door de uitnodiging was ik tot tranen geroerd, dus dat belooft wat, straks in september.

Maar even to the point. Allesbepalend in deze dagen is natuurlijk de brandende en nachtrustrovende kwestie: wat moet ik áán? Op geen van de uitnodigingen was sprake van een strikte dresscode á la black tie of tenue de ville. Eentje maakte melding van het gezellige ‘kom zoals je bent’. Maar dat kán natuurlijk niet. De kunst is om als gast te verschijnen in een outfit die voldoende bewondering en positieve feedback oplevert, zonder dat de aandacht te veel wordt afgeleid van het bruidspaar. Omdat De Ware en ik de enige gemeenschappelijke deler vormen op de drie gastenlijsten zou één uitgekiende kledingcombinatie in principe voldoende kunnen zijn. Maar dat is mijn eer te nabij.

Aan de slag, dus. Voor huwelijk nummer 1, dat al bijna is begonnen, shopte ik zorgvuldig een even subtiele als verrassend geraffineerde combinatie van chic en casual bijeen in frisse, eigentijdse modekleuren, met sportieve schoenen en een olijk hoofddeksel om het af te toppen. In mijn nopjes en overtuigd van mijn eigen succes showde ik mijzelf -  twee dagen voor de bruiloft - het geheel voor de spiegel. Tot mijn schrik ontdekte ik in het nieuwe,  ongedragen trendy, boordloze overhemd twee onduidelijke, maar erg grote én zichtbare vlekken! Na een lange, slapeloze nacht toog ik ermee terug naar mijn favoriete herenmodezaak, waar ik de aanschaf had gedaan.

De verkoper van dienst, een twintiger met hipsterlook en Marokkaanse roots, vond zichzelf de leukste thuis. ‘Maar mijnheer!’ riep hij hardop uit in de rustige zaak (draaiden ze daar eigenlijk niet altijd van die harde muziek?). ‘Wat voor vlekken hebt u daar nou in gekregen?’. Hij knipoogde erbij, maar dat zag verder niemand. Natuurlijk kreeg ik een nieuw shirt, maar helaas: mijn maat was niet voorradig. ‘Maar ik wil het graag morgen dragen’, zei ik. ‘Uw maat zit wel op een etalagepop’, zei de klerenjongen. ‘Die kan ik er wel even afhalen? Maar dan komen er natuurlijk wel extra kosten bij.’ Ja, het was een ware grapjas.
Gedragen door de pop was het nieuwe exemplaar behoorlijk gekreukt. ‘Dat moet wél even gestreken worden’, constateerde de We-man en vroeg: ‘Bent u getrouwd?’. Toen ik die vraag bevestigend beantwoordde, zei hij guitig: ‘Gelukkig, dat is dan geen probleem!’ Ik keek hem even doordringend aan en zei langzaam, met de nadruk op elke lettergreep: ‘Nou… mijn man ziet me aankomen.’
Na een kort moment waarin vertwijfeling, onzekerheid en een vleugje afkeer zichtbaar vochten om voorrang bij de hipster, wendde hij zijn blik af, schoof het hemd in een tas en wenste mij er veel plezier van.
De vrouw van het stel dat achter mij stond te wachten vulde de hele zaak met haar schaterlach.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten